Basisdoelen

Bieden van emotionele veiligheid

Een kind kan zich optimaal ontwikkelen wanneer het zich veilig voelt. Een gevoel van basisveiligheid creëer ik doordat ik het enige vaste gezicht ben voor het kind. Dit zorgt ervoor dat ik een stevige en warme vertrouwensband opbouw met het kind en ouder. Niet alleen ik ben een vast gezicht voor het kind, maar ook de andere kinderen die aanwezig zijn. Het kind voelt zich veilig als het elke week dezelfde gezichten ziet. Het krijgt daardoor ook de kans om vrienden te maken. Het kind leert om te gaan met de emoties en ervaringen van anderen. Tijdens de activiteiten hebben de kinderen plezier of ontstaan er juist conflicten tussen de kinderen. Hierdoor ontstaat het groepsgevoel dat ook voor jonge kinderen erg belangrijk is. Ik stimuleer dit gevoel van verbondenheid door de kinderen samen of naast elkaar te laten spelen. Daarnaast leer ik ze samen te delen en samen hun conflicten op te lossen. Ik moedig ze aan om zich te verplaatsen in de gevoelens van andere kinderen. 

Gehoord en gezien worden is belangrijk als het gaat om basisveiligheid. Binnen de sociaal-emotionele ontwikkeling is het vormen van een gehechtheidsrelatie een fundamenteel onderdeel. Gehechtheid is de affectieve band van een kind met een opvoeder, die regelmatig met het kind omgaat en aan wie het kind troost ontleent in tijden van angst en spanning. Maar ook rust, reinheid en regelmaat zijn belangrijke aspecten voor de basisveiligheid die u op verschillende manieren terug ziet komen in de opvang die ik bied. 

Het duidelijke dagritme zorgt voor de nodige structuur bij de kinderen. Elke dag herhalen wij een vast aantal bezigheden. Naast het vrije spel is er aandacht voor activiteiten zoals spelletjes,  knutselen, samen koken of bakken, zaaien en oogsten in de moestuin of andere creatieve activiteiten. Tussen de activiteiten door zijn er momenten van rust. Dat zorgt voor een mooie balans tussen inspannen en ontspannen.

Stimuleren van persoonlijke competenties

Ik bied kinderen de gelegenheid om persoonlijke competenties te ontwikkelen. Persoonlijke competenties zijn vaardigheden en eigenschappen die het kind bezit, zoals impulsbeheersing en kunnen lopen. Een kind ontwikkelt deze competenties door te spelen en te experimenteren. Het kan zich door de persoonlijke competenties aanpassen aan verschillende situaties en kan hierdoor problemen oplossen. Doordat het kind op een jonge leeftijd persoonlijke competenties ontwikkelt, kan het zich later redden in de maatschappij. 

In het pedagogisch curriculum voor het jonge kind is omschreven waardoor persoonlijke competenties kunnen worden gestimuleerd:

  • Fysieke ontwikkeling: motorische en zintuiglijke ontwikkeling

  • Taalontwikkeling 

  • Denken en beginnende rekenvaardigheid

  • Onderzoekend leren

  • Kunst, cultuur en creativiteit

  • Executief functioneren en zelfregulatie

Ik wil het kind spelenderwijs uitdagen in de ontwikkeling van zijn of haar motorische vaardigheden, cognitieve vaardigheden, taalvaardigheden en creatieve vaardigheden. Door deze vaardigheden kan een kind steeds zelfstandiger functioneren in een veranderende omgeving. 

Fysieke ontwikkeling

Het eerste ontwikkelingsgebied is de fysieke ontwikkeling. Omdat een kind van nature nieuwsgierig en onderzoekend is, ontwikkelt het zich sneller als de omgeving uitdagend is. Ik help het kind bij zijn of haar motorische ontwikkeling. Het kind oefent bijvoorbeeld met staan en lopen, helpt met tafeldekken, leert kralen te rijgen en knipt en knutselt met verschillende materialen. Tijdens het buitenspelen ontwikkelt het kind vooral de grove motoriek. Bovendien doet het kind ervaring op met verschillende weertypes en zal daarom ook inspelen op de verschillende types. Als het regent kunnen wij bijvoorbeeld heksensoep maken in de plassen en in de zomer kunnen wij op het strand (Julianapark) een zandkasteel bouwen. 

Taalontwikkeling

Het tweede ontwikkelingsgebied, taalontwikkeling van een kind begint al vanaf de geboorte. Een baby maakt duidelijk wat hij of zij wil door te huilen. Bovendien hoort een baby de hele dag gesproken woorden. Hierdoor gaat hij of zij uiteindelijk zelf praten. Ik stimuleer het kind door alles wat een kind doet te verwoorden. Daarnaast stel ik het kind vragen en herhaal ik onjuist taalgebruik op de juiste manier. Verder stimuleer ik de taal door veel boekjes te lezen en samen liedjes te zingen. Oudere kinderen leren bijvoorbeeld veel van gesprekken tijdens eetmomenten en het samen lezen. 

Denken en beginnende rekenvaardigheid

Het derde ontwikkelingsaspect is denken en beginnende rekenvaardigheid. Deze categorie sluit aan bij de spontane nieuwsgierigheid van een kind en gaat vooral over het ontwikkelen van taalbegrip en wiskundige inzichten. Ik stimuleer het kind op dit gebied, door bijvoorbeeld telspelletjes te spelen met het kind of om het kind te vragen om bijvoorbeeld een huis (bouwwerk) te maken van blokken. Hierbij benoem ik begrippen zoals ‘’eerste, laatste, groter, zwaarder’’. 

Onderzoekend leren

Een jong kind speelt manipulerend spel. Dit betekent dat het op natuurlijke wijze de eigenschappen van voorwerpen verkent en probeert wat het met deze voorwerpen kan doen. Hierdoor ontdekt een kind wat oorzaak en gevolgen zijn. Eerst doet een kind dit per toeval, maar later steeds meer bewust. Dit is onderzoekend leren. 

Wanneer de taalontwikkeling vordert, ontdekt het dat voorwerpen en handelingen steeds meer met elkaar te maken hebben. Ik laat kinderen ervaringen opdoen en verwoord deze. Het kind leert hierdoor de wereld om zich heen steeds beter te begrijpen. 

Kunst, cultuur en creativiteit

Ook kunst, cultuur en creativiteit vind ik belangrijk. Ik geloof dat elk kind, op zijn of haar eigen wijze, creatief is. Ik stimuleer dit dan ook door verschillende materialen en activiteiten aan te bieden. 

Executief functioneren en zelfregulatie

Tot slot is executief functioneren en zelfregulatie van belang bij het ontwikkelen van persoonlijke competenties van een kind. Executieve functies zijn de functies van de hersenen die het handelen en het gedrag besturen. Deze functies helpen ook bij het stellen van doelen en het waarmaken van deze doelen. Daarnaast helpen ze bij het in balans houden van de behoeften van het kind. Een kind met een goed ontwikkelde zelfregulatie kan kiezen hoe het zijn of haar emoties uit. Deze functies zorgen er dus voor dat het kind betekenisvol, planmatig en doelgericht gedrag vertoont. 

Ik stimuleer dit ontwikkelingsgebied met verschillende activiteiten (spelletjes). Door spelletjes te spelen worden de executieve functies zoals plannen, keuzes maken en afwegen gestimuleerd. Door een kind iets nieuws aan te leren worden verschillende executieve functies geprikkeld. Daarnaast is een conflict een leerzaam moment voor een kind. Het leert hierdoor morele regels als samen delen, om de rouleren, slaan mag niet en het leert oplossingen te zoeken voor een conflict. Ik ondersteun hierin door positief gedrag te belonen. Als kinderen er onderling niet uitkomen, zoek ik samen met de kinderen een oplossing. 

Stimuleren van sociale competenties

Ik bied het kind de gelegenheid om sociale competenties te ontwikkelen. Met sociale competenties worden sociale kennis en vaardigheden bedoeld. Zoals wachten op je beurt en samenwerken. Een baby heeft vanaf de geboorte contact met andere mensen en naarmate het kind ouder wordt, wordt het aantal mensen steeds groter. Het is voor een kind dus van groot belang dat het sociale competenties ontwikkelt en deze vaardigheden te gebruiken om goed met andere mensen om te kunnen gaan. 

Ik besteed daarom veel aandacht aan de ontwikkeling van sociale competenties. Het kind leert dit door onder andere te spelen met bekende leeftijdsgenoten. Elk kind heeft al wel sociale kennis en vaardigheden, maar kan deze oefenen en verbeteren in het spel. Dit kan bijvoorbeeld door het spelen van rollenspellen. Ik luister, stimuleer en observeer en geef de juiste voorbeeld. 

Sociale competenties kunnen al vanaf de geboorte gestimuleerd worden. Ik praat daarom tegen een baby en reageer op het gebrabbel. Het kind leert hierdoor in principe van beurten wisselen tijdens een gesprek. Een peuter leert deze competentie door zijn of haar sociale vaardigheden tijdens het spelen met andere kinderen te delen. Ik help hierbij door het te benadrukken. Wanneer een kind de basisschoolleeftijd heeft bereikt, kan het zich steeds beter inleven in een ander.

Eigen maken van normen en waarden

Ik bied de kinderen de gelegenheid zich normen en waarden eigen te maken. Een kind leert de normen en waarden van het gezin waarin het opgroeit. Het weet al snel wat wel of niet mag en kan. Wanneer een kind ouder wordt leert hij of zij dat er bij anderen soms andere normen en waarden gelden. Ik vind het belangrijk om de kinderen te leren dat andere normen en waarden niet per definitie beter of slechter zijn, maar gewoon anders. Ik ben mij ervan bewust dat ik hier een belangrijke voorbeeldfunctie in heb.